“Ocharme, ik zou niet in haar plaats willen zijn.”

Sinds december 2023 ben ik opnieuw beginnen sporten. Vroeger sportte ik vaak. En veel. Een zakenavontuur, corona en het moederschap later stond sporten op een heel laag pitje. Bovendien kreeg ik een longontsteking waardoor ik plots niets meer kon. Begin december voelde ik me terug aansterken. Vanaf het midden van die maand bracht mijn digitale nomadenbestaan me voor een maand naar de Belgische kust. En dat rijmde in mijn hoofd met het heraanknopen met mijn sportief verleden: joggen, zwemmen en wandelen werden mijn voornaamste bewegingsvormen.

Dat ik niet goed in vorm was, had de weegschaal me al verkondigd: meer dan 20 kilo woog ik zwaarder dan vlak voor corona. Toch was mijn verbazing groot dat ik bij mijn eerste jogpoging met moeite aan … 500 meter geraakte. Zwemmend kon ik zelfs geen 100 meter bij elkaar sprokkelen. Wat een teleurstellingen! Wandelen ging gelukkig beter. Dankzij een stevige wandelvoorbereiding in 2023 om de Mont Ventoux te kunnen opwandelen en opgepept door mijn Chief Joy Pipa de border collie, raakte ik zonder problemen aan een stevige 20 kilometer.

 

Misschien was dat wel de reden dat ik niet opgaf, maar besliste om er kei hard tegenaan te gaan. Vol overgave schreef ik me in voor een loopwedstrijd die me midden januari uitdaagde op een parcours van 5 kilometer.

 

45 minuten lang liep en wandelde ik de longen uit mijn lijf. Ik kon op dat ogenblik geen 2 km onafgebroken lopen en wisselde loopstroken af met stevig doorstappen. Toch mocht het niet baten want alle andere deelnemers waren uit mijn gezichtsveld verdwenen nog voor we het bordje van de 2km voorbij waren. Piekergedachten staken de kop op: ging ik de weg nog wel vinden? Ongetwijfeld gingen de seingevers niet blijven staan wachten op de rode lantaarn. En hoe kom je waardig over de finishlijn als allerlaatste? Schaamrood op de wangen moest ik niet vrezen want mijn hoofd was sowieso een ontplofte tomaat, maar welke houding meet je je aan? Ik voelde het gewicht van de rode lantaarn verpletterend zwaar op mij, voelde hoe ik nog trager vooruitging en begon actief om te denken. Ik pepte mezelf op en prentte mezelf in hoe ik helemaal eerst liep. In feite had ik geen tegenstanders. Ik liep enkel “tegen” mezelf. De calvarietocht werd op die manier een stuk draaglijker. De enthousiaste doedelzakspeler die langs het parcours stond te spelen alsof zijn leven ervan af hing, gaf me mentaal een extra duwtje in de rug.

Tot mijn grote verbazing finishte ik in een scherpere tijd dan mijn persoonlijke beste prestatie toen ik nog een jonge dertiger was en zot veel uren in de fitness doorbracht. Nog groter was mijn verbazing te horen dat ik helemaal geen rode lantaarn had meegesleept! Ik bleek de voorlaatste finisher te zijn: een 74-jarige deelnemer maalde het parcours nog trager af. Ik weet nog steeds niet of dat nu een opluchting was of een teleurstelling… Deze wedstrijd leerde me tijdsdruk en tegenstanders los te laten. Als ik dit soort competitie vaker wilde doen in de toekomst, moest ik me durven focussen op slechts één doel: mezelf voldoende uitdagen zonder te forceren. Naast een fysieke strijd was het dus voor alles een mentale uitdaging!

Ik voelde hoe goed het deed om opnieuw te sporten en ik trainde dan ook lustig verder. Zelfkennis leerde me dat ik doelen nodig had om te blijven sporten, dus ik schreef me in voor een swim run op 1 mei: 500 meter zwemmen gevolgd door 6 km lopen. Ik leerde mezelf 500 meter te zwemmen zonder te stoppen en klaarde de klus op een klein half uurtje. Net als in elke sport was ik ook in deze discipline … traag. Ook een eventuele schoonheidsprijs zou zeker niet voor mij weggelegd zijn met mijn amateuristische schoolslag waarbij ik mijn hoofd voortdurend boven water hield. In de omschrijving van de wedstrijd stond letterlijk dat zowel sportievelingen als recreanten welkom waren, dus ik was ervan overtuigd dat er nog slakjes als ik in het water zouden duiken.

Op 1 mei trok ik grote ogen… De wedstrijd werd georganiseerd door topsportstudenten en het deelnemersveld bestond bijna volledig uit … topsportstudenten. slikWe gingen in waves het bad in en mijn naam prijkte in de 3e en laatste wave. Mijn gezicht was ongetwijfeld geld waard toen ik zag hoe in wave 1 en 2 de zwemmers allemaal uit het zwembad waren na een tiental minuten. Mijn snelste 500m had ik tijdens mijn voorbereiding gezwommen in 25 minuten. Tijd voor mijn omdenkoefeningen dus want ik voelde de stress stijgen.

Ik sprak mezelf toe hoe ik enkel op mezelf zou focussen. Dit was geen wedstrijd tegen anderen. Ik deed enkel en alleen mee om mezelf te meten en uit te dagen. En om te genieten. Van elke slag en elke stap! Het startschot werd gegeven en voor ik goed en wel vertrokken was, waren de eerste crawl-zwemmers al op terugweg van hun eerste baantje. Best vervelend eigenlijk want hun heftige bewegingen zorgden voor heel wat deining in het zwembad. Ik keek uit naar het moment waarop iedereen aan het loopnummer zou beginnen zodat ik tenminste in rustig water verder kon. Voor ik het wist, had ik het bad voor mij alleen en hoorde ik hoe de toeschouwers begonnen supporteren voor mij. Met kreten à la “niet opgeven!!” wist ik niet goed wat ik hoorde. Waarom zou ik opgeven?! Ik was de prestatie van mijn leven aan het leveren want ik zag op de timer dat ik op slechts 18 minuten tijd mijn 500 meter had afgemaald. Ok, dat was meer dan dubbel zo lang dan de uiteindelijke winnares, maar dat interesseerde me dus voor geen meter. “Ocharme,” hoorde ik iemand in het publiek zeggen, “ik zou niet in haar plaats willen zijn.” Een meewarige blik staarde mijn richting uit terwijl ik mijn laatste baantje trok. Ik genoot van een heus feestje in mijn hoofd!

Ik sukkelde uit het zwembad (die details vertel ik je wel eens een andere keer 😉) en werd luid aangemoedigd door mijn gezinnetje dat in de wisselzone op me wachtte. Een aanmoedigingskus van mijn halve trouwboek en nog wat dollen met mijn dochtertje van 2 jaar jong die het allemaal prachtig vond. Ik droogde me goed af, kleedde me rustig om en begon aan mijn 4 looprondes van elk 1,5km. De supporters uit het zwembad waren verhuisd naar het loopparcours en onder luide aanmoediging leverde ik ook hier mijn persoonlijk record af: in minder dan drie kwartier zou ik 6 km afleggen en ik begreep dan ook niet waarom de omroeper mijn naam deed galmen door de micro gevolgd door “luid en lang applaus voor deze moedige dame graag want ze heeft het moeilijk”. Ik had het helemaal niet moeilijk! Au contraire, ik liep op wolkjes want was dolgelukkig met het feit dat ik dit kon. “Niet opgeven!!” riepen heel wat toeschouwers en ik toverde dan maar mijn mooiste Mona Lisa glimlach tevoorschijn. Natuurlijk ging ik niet opgeven. Ik was mezelf aan het overtreffen, ook al merkte je dat niet in vergelijking met anderen…

Met mijn armen hoog in de lucht liep ik over de finish, blij als een klein kind en met een glimlach van oor tot oor. De omroeper galmde hoe “de moedigste deelneemster het gehaald had”. Ik voelde me allesbehalve moedig. Ik was fier – apetrots eigenlijk! Gelukkig ook om mijn prestatie en het besef dat al mijn trainen opbracht. Mijn dochtertje sprong in mijn armen en gaf me de zaligste knuffel ooit terwijl ze lachend “Goed zo!” uitriep. Ik voelde me de absolute dagwinnaar en wist met mijn geluk geen blijf.

 

Eind mei ben ik ingeschreven voor een loopwedstrijd van 10 km. Welke lantaarn ik ook draag en welke plaats ik ook bekleed, dat is van geen enkel belang als je jezelf enkel wil meten met … jezelf. Mentaal ben ik er helemaal klaar voor. Fysiek bijna. Mijn topsupporters hebben de dag met stip aangekruist in onze gezinskalender. Op naar een volgend feestje dus!

Artikel zoals origineel gepubliceerd door Griet Deca op LinkedIn.